MUP in het zonnetje: Ut Huus

Gemeenten spelen een belangrijke rol in het toegankelijk maken van gratis menstruatieproducten. Daarom werken steeds meer gemeenten met het Armoedefonds aan de aanpak van menstruatiearmoede in hun gemeente. Zo ook de gemeente Olst-Wijhe. De samenwerking start voor één jaar en komt voort uit een motie van de gemeenteraad om de beschikbaarheid van menstruatieproducten te verbeteren. Deze keer zetten we Ut Huus uit Olst in het zonnetje. Als nieuw menstruatieproducten uitgiftepunt (MUP) helpt Ut Huus mee om menstruatieproducten bereikbaar te maken voor iedereen die ze nodig heeft. We spreken met jongerenwerker Noa, die vertelt over de start van het MUP.
Wat doet jullie organisatie?
“Ut Huus is er voor alle inwoners van de gemeente Olst-Wijhe. We bieden een laagdrempelige ontmoetingsplek waar mensen zichzelf kunnen zijn, vragen kunnen stellen en ondersteuning kunnen krijgen. Als jongerenwerker ben ik veel in contact met jongeren en hun omgeving en signaleer ik wat er speelt. Ik probeer zoveel mogelijk preventief te werken en te ondersteunen waar nodig.”
Welke signalen van armoede merken jullie?
“Heel eerlijk gezegd merk ik armoede niet altijd direct in mijn eigen gesprekken met jongeren. Het blijft vaak een onderwerp waar niet makkelijk over wordt gesproken. De signalen die ik opvang, hoor ik vooral via samenwerkingspartners of in de wandelgangen. Wat we wel weten, is dat armoede zich vaak op een stille manier laat zien. Dat basisproducten, zoals menstruatieproducten, niet voor iedereen vanzelfsprekend zijn, komt meestal indirect naar voren. Schaamte speelt hierbij een grote rol, waardoor het onderwerp vaak onder de radar blijft. Ik hoop dat de MUP indirect bijdraagt aan het doorbreken van het taboe dat heerst rondom (menstruatie)armoede.”
Waarom vinden jullie een MUP belangrijk?
“Omdat menstruatie geen belemmering mag zijn om mee te doen. Ik vind dat menstruatie nooit een reden mag zijn om niet naar school, werk of een activiteit te gaan. De MUP is een praktische en laagdrempelige oplossing. Je hoeft niets te vragen of uit te leggen; je pakt gewoon wat je nodig hebt. Dat past goed bij hoe wij als Ut Huus willen werken: laagdrempelig, zonder oordeel en dichtbij de mensen. Met de MUP kunnen we meteen iets betekenen voor meisjes en vrouwen die het nodig hebben, zonder dat ze daar iets voor hoeven uit te leggen.”
Hoe is de samenwerking met de gemeente ontstaan?
“De samenwerking is ontstaan naar aanleiding van een motie van de gemeenteraad om menstruatiearmoede aan te pakken. Dat sprak ons direct aan en daar wilden wij als Ut Huus graag iets mee doen. Ik heb toen meteen contact opgenomen met het Armoedefonds om te kijken wat de mogelijkheden waren. Vanuit mijn rol als jongerenwerker heb ik locaties aangedragen die naar mijn mening laagdrempelig en geschikt zijn voor een MUP: Het Holstohus in Olst en ’t Spoc in Wijhe. Daarna heb ik contact gezocht met de gemeente Olst‑Wijhe om dit signaal en de wens en behoefte vanuit het werkveld te delen. Vervolgens hebben de gemeente en het Armoedefonds contact met elkaar gelegd. Tijdens het verdere proces hebben we korte lijntjes gehouden en elkaar goed op de hoogte gehouden. Het contact is prettig en open.”
Hoe verliep het opzetten van de MUP?
“Het opzetten ging soepel. Samen met de gemeente en het Armoedefonds is gekeken naar de juiste plek, praktische zaken en de inrichting. Omdat iedereen hetzelfde doel had, ging de samenwerking goed. We brengen de MUP onder de aandacht via onze netwerken, gesprekken met jongeren en partners, en door zichtbaarheid in het Holstohus zelf. Daarnaast helpt aandacht in de media en via sociale kanalen om het taboe te doorbreken.”
Wat zijn tips voor anderen die een MUP willen beginnen?
“Mijn belangrijkste tip is: maak het echt laagdrempelig. Zorg dat mensen zonder vragen of registratie producten kunnen meenemen. Kies een plek waar mensen zich veilig voelen en werk samen met de gemeente en het Armoedefonds. En misschien wel het belangrijkste: wacht niet te lang, want de behoefte is vaak groter dan je denkt.”



In een schoolomgeving met verschillende culturen hoeft taal geen barrière te zijn, laat Dilek ons weten. “Een glimlach of een vriendelijk ‘hallo’ is vaak al voldoende om een connectie te maken. Later wordt taal belangrijk. Soms is een tolk handig, of regelen de ouders het. Het gaat erom dat je open en flexibel blijft, iemand ziet staan en laat merken dat je er bent. Een glimlach is een goed begin.”

